van de diensten van de Vlaamse overheid.
De betrekkingen van gemeentesecretaris, financieel beheerder van de gemeente, adjunct-gemeentesecretaris, provinciegriffier, OCMW-secretaris en financieel beheerder van het OCMW vallen niet onder het toepassingsgebied.
De procedure van externe personeelsmobiliteit steunt op vrijwillige kandidaatstelling voor een vacature.
Het voorziene systeem heeft niets te maken met ambtshalve herplaatsing of met personeelsoverdrachten tussen overheden.
De mogelijkheid vervangt het eerder genomen koninklijk besluit nr. 490 dat ambtshalve herplaatsingen tussen gemeenten en ocmw’s voorzag.
De regeling van externe personeelsmobiliteit vertoont samenhang met de regels voor de overige procedures voor de invulling van betrekkingen, die vervat zitten in de rechtspositieregeling van het gemeente-, OCMW- en provinciepersoneel.
Komen in aanmerking voor deze mobiliteit, de personeelsleden die vast aangesteld werden ongeacht hun administratieve stand enerzijds en anderzijds de contractuele personeelsleden die aangeworven werden na bekendmaking van de vacature en na een gelijkwaardige selectieprocedure.
Bijkomende voorwaarden:
De kandidaten moeten bovendien:
een door de raad te bepalen minimale graadanciënniteit hebben;
een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben;
voldoen aan de competentievereisten indien die gesteld zijn;
voldoen aan de diplomavereisten indien die gevraagd worden.
De raad stelt de regels vast voor:
de interne bekendmaking van de vacaturen;
de wijze van kandidaatstelling;
de selectie.
De personeelsleden behouden na heraanstelling in een andere betrekking minimaal de salarisschaal en de schaalanciënniteit die ze eerder verwierven in de vorige functie.
De procedure van externe mobiliteit is van toepassing op bestendige betrekkingen op de diensten vermeld in het toepassingsgebied.
Conclusie:
Op basis van de na onderhandeling bijgestuurde teksten, besliste het RUB om een protocol van akkoord af te sluiten met opmerkingen.
De reden van deze “ja maar” had te maken met het feit dat de voorziene mobiliteit enkel kon voor het personeel van de de Vlaamse gemeenschap naar de lokale en of provinciale besturen maar niet andersom.
Dienaangaande diende immers de rechtspositie van het personeel van de Vlaamse gemeenschap nog gewijzigd te worden. De gelijke toegang in betrekkingen in beide sectoren is voor de sector een substantiële voorwaarde vooraleer dit besluit kan geïmplementeerd worden.
Intussen werd het Vlaams Personeelsstatuut aangepast door het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2011, en is dit besluit eveneens verschenen in het staatsblad van 14 juli 2011, waardoor onze "ja-maar" vervalt.
Beide besluiten treden in werking op 24 juli 2011.
In de rechterkolom onder “Gerelateerde documenten” vindt u de teksten van de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 en 1 juli 2011.
Gerelateerde documenten:
|